Syringomyelia

 



 


Omdat de kwalificaties die de ouder dieren krijgen vaak onduidelijk is voor de meeste mensen leggen we dat hier eerst uit. Een A is voor een geheel vrije hond die ouder is dan 2.5 jaar, maar ook een oudere hond met een hele kleine afwijking kan een A krijgen. Een B krijg je niet meer omdat dat in het verleden gegeven werd aan honden die een afwijkende vorm hadden aan de hersenstam. Omdat duidelijk is geworden dat de vorm van de hersenstam geen invloed heeft op syri, hebben ze de B er uit gehaald.
Een C is voor honden die vrij zijn maar nog geen 2.5 jaar zijn. Dus eigenlijk ga je ( met een hond boven de 2.5 jaar )  van A naar D.  Een D wordt toegelicht dus er kan bv staan: This dog is the mildest D Possible ( deze hond heeft de mildst mogelijke D ), of gewoon mild. Maar het kan ook zijn dat de hond toch wel een behoorlijke afwijking heeft maar geen verschijnselen heeft ook deze hond krijgt dan een D. Waarom krijgt deze ook een D? omdat ze er van uit gaan dat het beeld naar het 2.5ste levens jaar niet meer veranderd. De D is dus heel breed het zou mooier zijn als de D verdeeld was in bv D1, D2 enz dan was het wat duidelijker maar op dit moment is dat niet het geval.

Samengevat:
A- vrije honden boven de 2.5 jaar
C- vrije hond onder de 2.5 jaar ( jeugd A)
D- hond zonder klachten

Met A,C en D mag je fokken

Omdat er nog maar weinig honden zijn die een A krijgen zullen we ook met D honden moeten blijven fokken. Hier is ook niks mis mee, als je een milde D hebt dan heb je een gezond hondje dus daar kun je uiteraard gewoon mee fokken mits je er een A hondje tegen over zet. Zou je alleen met A honden fokken dan zou je een te kleine genen pool krijgen, elke cavalier zou op een gegeven moment familie van elkaar zijn.
Dat is natuurlijk niet de bedoeling, je moet de genen pool zo breed mogelijk houden zodat als er een probleem ontstaat je ook nog de kans hebt om het er uit te fokken.

Het is jammer genoeg niet zo dat als je A x A doet je alleen maar vrije ( A ) kinderen krijgt. Op dit moment gaan ze er van uit dat elke cavalier drager is dus het ook kan vererven. We hopen door verantwoord te fokken het probleem langzaam te kunnen terug dringen. Er is een grootschalig DNA onderzoek gestart, we hopen dat uit dit onderzoek iets komt waar we wat mee kunnen. Maar voordat dat zover is zijn we waarschijnlijk jaren verder

Wij hebben onze honden  laten scannen in Best http://www.dierenkliniekdenheuvel.nl/
Het voordeel hier van is dat je er bij bent als de scan wordt gemaakt, als je vragen hebt kun je die direct stellen. Van te voren wordt de hond gecheckt, hartje, longen enz. De honden krijgen een roesje omdat ze helemaal stil moeten blijven liggen. De scan duurt ongeveer 25 minuten

............................................................................................................................

Wat is Syringomyelia


Drs. Aldo Gouwerok, dierenarts, verbonden aan WHG Dierenziekenhuis Rotterdam, pascalweg 4, 3076 JP, Rotterdam, T 010-4925151.
http://www.whgdierenartsen.nl%2520/

N.B. Onze hand-outs worden vervaardigd aan de hand van niet alleen wetenschappelijke literatuur, maar ook van onze eigen inzichten op grond van persoonlijke ervaringen. Daarom kan de informatie voor een deel afwijken van de gangbare literatuur.

Inleiding
Een ingewikkelde term voor een ingewikkelde en vaak pijnlijke aandoening. Syrinx betekent holte, myelia slaat op het ruggenmerg. Bij deze aandoening is er dus sprake van het ontstaan van holtes in het ruggenmerg hetgeen uiteindelijk lijdt tot een aantal vreemde symptomen. Deze holtes ontstaan doordat de normale beweging van het hersenvocht (cerebrospinaal vloeistof) rond hersenen en ruggenmerg verstoord wordt. Deze verstoring in het vrij bewegen van het vocht wordt veroorzaakt doordat de kleine hersenen uit de schedel geduwd worden en als het ware vastlopen in het achterhoofdsgat, er ontstaat een blokkade.

Oorzaak
Het uitpuilen van de kleine hersenen (cerebellum) is natuurlijk afwijkend. De oorzaak hiervan is dat het achterhoofdsbeen, het os occipitale eigenlijk te klein is. Tijdens de groei hebben de hersenen simpel gezegd te weinig plaats in de schedel en verplaatsen zich naar buiten. Dit is bij meerdere kleine hondenrassen het geval maar vooral bij de Cavalier. Er wordt geschat dat de helft van alle Cavaliers dit in meer of mindere mate vertonen maar slechts een deel daarvan krijgt klachten.

Symptomen
Het belangrijkste probleem bij de dieren is dat ze pijn hebben. Dit kan logischerwijs in de nek zitten maar is soms moeilijk aan te tonen, de pijn is vaak niet constant. Het is duidelijk dat mensen zich geen raad weten met hun pijnlijke dier waarbij de oorsprong van de pijn niet duidelijk is. Ook voor de dierenarts was het eerder niet duidelijk wat er bij deze dieren speelde.

Er zijn een aantal zaken die opvallen bij dieren waarbij de diagnose al gesteld is:

  • een opvallend fenomeen is dat veel dieren zich proberen te krabben tijdens beweging. Hierbij wordt er altijd aan 1 kant gekrabd richting oor, nek of schouder. In het Cavaliers circuit is om deze reden de naam ‘krabziekte’ ontstaan. De dieren krabben soms ook gewoon in de lucht zonder zichzelf aan te raken. Het kan soms zo erg worden dat de dieren op 3 poten lopen
  • sommige dieren zijn overdreven gevoelig bij aanraken van schouder, nek of oor, meestal slechts aan 1 zijde
  • ’s avonds is het erger dan overdag
  • te zien bij het overeind komen
  • vaak duidelijker als het erg warm of juist koud is
  • duidelijker bij opwinding
  • Jongere honden ontwikkelen soms een kromming in de nek
  • Anderen vertonen allerlei vormen van zenuwuitval, zoals slechte controle over de achterhand

Voorkomen en prognose
Honden van alle leeftijden kunnen de symptomen ontwikkelen maar het merendeel van de dieren is tussen de 6 maanden en 3 jaar oud. Als de dieren klachten vertonen willen we graag weten hoe de toekomst eruit ziet. Helaas is dit moeilijk te voorspellen. Er zijn dieren die slechts milde pijn en het krabben behouden, en anderen die na 6 maanden veel meer pijn en neurologische klachten ontwikkelen.

Diagnose
Wanneer uw Cavalier of ander klein ras verschijnselen laat zien die passen in het bovenstaande verhaal is het natuurlijk de vraag of er daadwerkelijk sprake is van ov Voor de diagnose is het noodzakelijk een MRI (Magnetic Resonance Imaging ) te laten maken van de schedel en het eerste gedeelte van de hals. Voordat we daaraan beginnen is het belangrijk om meer voor de hand liggende oorzaken uit te sluiten. Denk aan een oorprobleem, een huidprobleem maar ook bijvoorbeeld aan een halshernia.

Er zijn 2 illustraties opgenomen waarbij de Syringomyelia zichtbaar is. Figuur 1 is een lengte doorsnede van hoofd en hals. Figuur 2 is een dwarsdoorsnede. De rode pijlen geven de holtes in het ruggenmerg aan. Het rode vlak is het cerebellum dat uit de schedel geduwd wordt. U zult begrijpen dat dit specialistisch werk is.

Therapie
Wanneer de diagnose is gesteld willen we het dier natuurlijk gaan helpen. Belangrijk is om vast te stellen wat we gaan behandelen. Er zijn een aantal aangrijpingspunten voor behandeling. In een aantal gevallen is slechts eenvoudige pijnbestrijding voldoende. Denk ook aan simpele zaken als bijvoorbeeld een borsttuig. Zo hoef je niet via de riem aan de hals van de hond te trekken. Ook vinden deze honden het vaak fijner om van een verhoging te eten.

Andere mogelijkheden zijn de productie van de cerebrospinale vloeistof te remmen. Hiervoor zijn meerdere medicijnen met een verschillend werkingsmechanisme te proberen. Ook corticosteroďden zijn zeer effectief om pijn en zenuwproblemen te verhelpen.

Soms is het nodig om operatief in te grijpen. Vaak is de aanleiding verergerende pijn die niet reageert op bovenstaande behandelingen. Hierbij is het doel het achterhoofdsgat te vergroten om zo de obstructie te laten verdwijnen. Wanneer er weer voldoende ruimte bij het achterhoofdsgat is kan de cerebrospinaalvloeistof Figuur 1 weer vrijelijk bewegen waardoor ook de symptomen geheel kunnen verdwijnen. Bovenstaande operatie brengt wel risico’s met zich mee. Deze dienen uiteraard goed besproken te worden.

Er zijn nogal wat afwegingen te maken alvorens we een behandeling in gaan zetten. Voor elk dier dienen deze apart genomen te worden.

In Engeland is recentelijk onderzoek gedaan naar de vererving van deze ziekte. Hierbij is met behulp van stamboomonderzoek duidelijk geworden dat alle dieren met syringomyelia terug te voeren zijn tot een klein groepje, veel gebruikte fokhonden eind jaren 60. Er wordt op dit moment aangenomen dat de vererving slechts door een klein aantal genen wordt bepaald. Omdat dieren met Syringomyelia voorkomen in alle hedendaagse, populaire, lijnen zal het moeilijk zijn d.m.v. selectie de ziekte uit te fokken zonder daarbij andere ziektes op de voorgrond te laten treden. Er lopen DNA onderzoeken om het verantwoordelijk gen op te sporen en met deze informatie het ras weer op het juiste spoor krijgen.

Het bovenstaande artikel is te vinden op:
http://www.whgdierenartsen.nl/html/home.asp